| Sacramentsdag 2025 | Sint-Jacob Antwerpen |
Openingsritus |
Als de gelovigen zijn samengekomen, gaat de priester met zijn dienaren naar het altaar. Intussen zingt men de intredezang. |
Bij het altaar gekomen, maken ze een (knie)buiging; de priester kust het altaar en kan het bewieroken. Daarna gaat hij naar de zetel. |
Na de intredezang maken priester en gelovigen — staande — het kruisteken. De priester zegt: |
In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. |
Allen antwoorden: |
Amen. |
Vervolgens, spreekt de priester met uitgestrekte handen de begroeting uit: |
De Heer zij met u. |
Allen antwoorden: |
En met uw geest. |
De priester (eventueel de diaken of een andere dienaar die hiervoor aangewezen is) kan met een paar woorden de gelovigen inleiden in de liturgie van de dag. |
Daarna volgt de schuldbelijdenis. De priester nodigt de gelovigen hiertoe uit: |
Broeders en zusters, belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God om de heilige eucharistie goed te kunnen vieren. |
Er volgt een korte stilte. Daarna belijden allen te zamen: |
Ik belijd voor de almachtige God, en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten, |
Allen kloppen zich op de borst. |
door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. |
Daarom smeek ik de heilige Maagd Maria, alle engelen en heiligen, en u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer, onze God. |
De priester besluit: |
Moge de Almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven. |
Allen antwoorden: |
Amen. |
Daarna bidt de priester de Kyrie-litanie, tenzij die in de schuldbelijdenis voorafgingen, en allen antwoorden: |
V. Heer, ontferm U over ons. |
Hierna wordt — wanneer het voorgeschreven wordt — de lofzang Eer aan God gezongen of gesproken. |
Eer aan God in den hoge, en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft. Wij loven U. Wij prijzen en aanbidden U. Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid. Heer God, hemelse Koning, God, almachtige Vader; Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus; Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader; Gij, die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons; Gij die wegneemt de zonden der wereld, aanvaard ons gebed; Gij, die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons. Want Gij alleen zijt de Heilige. Gij alleen de Heer. Gij alleen de Allerhoogste: Jezus Christus, met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader. Amen. |
Met gevouwen handen zegt de priester: |
Laat ons bidden. |
Allen bidden met de priester enige tijd in stilte. |
Heer Jezus Christus, in de tekenen van brood en wijn hebt Gij ons de gedachtenis nagelaten van het paasmysterie. Wij vragen U: verleen dat wij dit sacrament van uw lichaam en uw bloed in ere houden, en in ons leven de vrucht blijven ervaren van uw verlossing. Gij die leeft en heerst met God de Vader in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. R. Amen. |
Dienst van het Woord |
De lector gaat naar de ambo en draagt de eerste lezing voor, die door allen zittend wordt beluisterd. |
Uit het boek Genesis |
In die dagen bood Melchisedek, de koning van Salem, Abram brood en wijn aan. Daar hij priester was van de Allerhoogste God, zegende hij hem met deze woorden: „Gezegend zij Abram door de Allerhoogste God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft, en gezegend zij de Allerhoogste God die uw vijand aan u heeft overgeleverd!” En Abram gaf hem van alles een tiende deel. |
Aan het einde zegt de lector: |
Zo spreekt de Heer. |
Allen antwoorden: |
Wij danken God. |
De psalmist of cantor zegt de psalm, terwijl het volk met het refrein antwoordt. |
R. Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisedek. |
De Heer sprak tot mijn heer; zit aan mijn rechterhand; Ik leg uw vijanden als voetbank voor uw voeten. Uit Sion reikt de Heer de scepter van uw macht; regeer te midden van uw tegenstanders. R. |
Uw volk staat om u heen in blanke wapenrusting, de jongemannen op het veld als morgendauw. Gezworen heeft de Heer, het zal Hem niet berouwen: Gij zijt voor eeuwig priester als Melchisedek. R. |
Eventueel draagt de lector op de ambo de tweede lezing zoals hierboven is aangeduid. |
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte |
Broeders en Zusters, Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven: dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en na gedankt te hebben het brak en zei: „Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo ook nam Hij na de maaltijd de beker met de woorden: „Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit elke keer dat gij hem drinkt tot mijn gedachtenis.” Telkens als gij dit brood eet en de beker drinkt verkondigt gij de dood des Heren totdat Hij wederkomt. |
Aan het einde zegt de lector: |
Zo spreekt de Heer. |
Allen antwoorden: |
Wij danken God. |
Daarna zingt men het Alleluia of een andere acclamatie. |
Daarna gaat de diaken of de priester naar de ambo; hij kan begeleid worden door de wieroker en de kaarsdragers. Hij zegt: |
De Heer zij met u. |
Het volk antwoordt: |
En met uw geest. |
De diaken of de priester zegt: |
+ Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas |
en intussen bekruist hij het evangelieboek en ook zichzelf op voorhoofd, mond en borst. |
Het volk antwoordt: |
Lof zij U, Christus. |
Als er wierook gebruikt wordt, bewierookt de diaken of de priester het boek. Daarna verkondigt hij het evangelie. |
In die tijd sprak Jezus tot de menigte over het Rijk Gods; en wie genezing nodig hadden genas Hij. Toen de dag ten einde begon te lopen kwamen de twaalf naar Hem toe en zeiden: „Stuur de mensen weg; dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omtrek gaan om daar onderdak te vinden, want hier zijn we op een eenzame plek.” Maar Hij antwoordde: „Geeft gij hun maar te eten”. „Wij hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen, zeiden ze; of we zouden voor al dat volk eten moeten gaan kopen.” Er waren naar schatting wel vijfduizend mannen. Hij gelastte nu zijn leerlingen: „Laat ze gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.” Dat deden ze en ze lieten allen plaats nemen. Daarop nam Hij de vijf broden en de twee vissen, sloeg de ogen ten hemel, sprak er de zegen over uit, brak ze en gaf ze aan zijn leerlingen om ze aan de menigte voor te zetten. Allen aten tot ze verzadigd waren en wat zij overhielden haalde men op, twaalf korven met brokken. |
Na het evangelie kan de diaken of de priester toevoegen: |
Zo spreekt de Heer. |
De gelovigen antwoorden: |
Wij danken God. |
Daarna kust hij het boek en zegt in stilte: |
Mogen door de woorden van het evangelie onze zonden worden uitgewist. |
Daarop volgt de homilie, die voorgeschreven is op alle zondagen en verplichte feestdagen; op andere dagen wordt zij aanbevolen. |
Hierna volgt — wanneer dit voorgeschreven is — de geloofsbelijdenis. |
Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, voor alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God. Geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door Wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. |
Bij de volgende woorden buigen allen het hoofd tot is mens geworden. |
Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de Maagd Maria, en is mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel: zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden. En aan zijn Rijk komt geen einde. Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft; die voortkomt uit de Vader en de Zoon; die met de Vader en de Zoon te zamen wordt aanbeden en verheerlijkt, die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de éne, heilige, katholieke en apostolische kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend Rijk. Amen. |
Hierna volgt de voorbede. |
... bidden wij tot de Heer. R. Wij bidden U, verhoor ons. |
Eucharistie |
Na de voorbede volgt de offerandezang. Intussen brengen de acolieten het corporale, het kelkdoekje, de beker en het missaal naar het altaar. |
Het is wenselijk dat de gelovigen hun deelname betuigen door het aanbrengen van de gaven. Zij kunnen het brood en de wijn — bestemd voor de eucharistie — aanbrengen, of andere gaven voor de noden van de kerk of van de armen |
Staande bij het altaar, ontvangt de priester van de acoliet de schaal met brood, houdt haar een weinig omhoog geheven boven het altaar en zegt in stilte: |
Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot brood van eeuwig leven. |
Vervolgens plaatst hij de schaal met brood op het corporale. |
Als er geen offerandelied wordt gezongen, mag de priester deze woorden luidop zeggen. Het volk kan antwoorden: |
Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen. |
De diaken of de priester giet wijn en een weinig water in de beker en zegt in stilte: |
Water en wijn worden één. Gij deelt ons mens-zijn en neemt ons op in uw goddelijk leven. |
De priester ontvangt vervolgens van de acoliet de beker, houdt hem een weinig omhoog geheven boven het altaar en zegt in stilte: |
Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij de beker ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de wijngaard, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot bron van eeuwig leven. |
Vervolgens plaatst hij de beker op het corporale. |
Als er geen offerandelied wordt gezongen, mag de priester deze woorden luidop zeggen. Het volk kan antwoorden: |
Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen. |
Daarna buigt de priester en bidt in stilte: |
In het besef van onze onmacht en onze schuld vragen wij dat onze offerande voor U aanvaardbaar wordt en wij genade vinden in uw ogen. |
Indien er wierook gebruikt wordt, bewierookt de priester nu de gaven en het altaar. Daarna bewierookt de diaken of een van de acolieten de priester en het volk. |
Daarna wast de priester zijn handen aan de zijkant van het altaar; hij zegt daarbij in stilte: |
Neem alle schuld van ons af, Heer, maak ons vrij van ongerechtigheid. |
Terwijl hij midden voor het altaar staat gekeerd naar het volk, spreidt de priester zijn handen uit en vouwt ze weer samen terwijl hij zegt: |
Bidt, broeders en zusters, dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God, de almachtige Vader. |
Het volk staat recht en antwoordt: |
Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen, tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk. |
Daarna spreekt de priester in orante-houding het gebed over de gaven uit. |
Heer, verleen genadig aan de kerk uw gaven van eenheid en van vrede. Want dit is de diepe zin van de offergaven die U worden opgedragen. Door Christus onze Heer. R. Amen. |
Eucharistisch gebed |
Nu begint de priester het eucharistisch gebed. |
De handen uitspreidend, zegt hij: |
De Heer zij met u. |
Het volk antwoordt: |
En met uw geest. |
De priester gaat verder, terwijl hij zijn handen omhoog heft. |
Verheft uw hart. |
Het volk antwoordt: |
Wij zijn met ons hart bij de Heer. |
De priester voegt er aan toe met uitgestrekte handen: |
Brengen wij dank aan de Heer onze God. |
Het volk antwoordt: |
Hij is onze dankbaarheid waardig. |
In orante-houding gaat de priester nu verder met de prefatie. |
Prefatie I van de Heilige Eucharistie |
Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden, zullen wij U danken, altijd en overal, door Christus onze Heer. |
Hij, priester bij uitstek die in de eeuwigheid blijft, heeft gezegd hoe zijn offer moet voortleven. Hij heeft zichzelf aan U opgedragen als offer voor onze verlossing. Ons heeft Hij bevolen voortaan dit offer aan te bieden om Hem te gedenken. Als wij dan eten van dit Lam dat voor ons is geslacht, worden wij geestelijk sterk; als wij drinken van zijn bloed dat voor ons is vergoten, worden wij innerlijk rein. |
Daarom wordt in de hemel en op aarde een nieuw lied gehoord van aanbidding, en met de engelen zingen wij U toe vol vreugde: |
Op het einde vouwt hij de handen; samen met heel het volk besluit hij de prefatie en zingt of zegt met luide stem: |
Heilig, heilig, heilig de Heer, de God der hemelse Machten! Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge. Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge. |
Eucharistisch gebed II |
De priester vervolgt in orante-houding: |
Gij zijt waarlijk heilig, onze Heer, de bron van alle heiligheid. |
Hij houdt de handen uitgestrekt over de offergaven en zegt: |
Heilig dan deze gaven met de dauw van uw heilige geest. |
Hij vouwt de handen en maakt één kruisteken over brood en beker te zamen. |
dat zij voor ons worden tot lichaam en + bloed van Jezus Christus, onze Heer. |
Hij vouwt de handen. |
In de nu volgende teksten worden de woorden des Heren, overeenkomstig hun aard, helder en duidelijk uitgesproken. |
Toen Hij werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden op zich nam, |
Hij neemt het brood, heft het een weinig op en zegt: |
nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het zijn leerlingen met deze woorden: |
Hij buigt het hoofd. |
Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt. |
Hij toont de geconsacreerde hostie aan het volk, legt de hostie terug op de schaal en knielt. |
Daarna vervolgt hij: |
Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk, |
Hij neemt de beker, heft hem een weinig op en zegt: |
sprak opnieuw de dankzegging uit, en gaf hem zijn leerlingen met deze woorden: |
Hij buigt het hoofd. |
Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken. |
Hij toont de beker aan het volk, zet hem weer op het corporale en knielt; |
daarna zegt hij: |
Verkondigen wij het mysterie van het geloof. |
Het volk vervolgt met de acclamatie: |
Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt. |
De priester vervolgt in orante-houding: |
Zijn dood en verrijzenis indachtig, God, bieden wij U aan het levensbrood en de kelk van het heil. Wij danken U omdat Gij ons waardig keurt om voor uw aangezicht te staan en uw heilige dienst te verrichten. |
Zo delen wij in het lichaam en bloed van Christus en wij smeken U dat wij door de heilige Geest worden vergaderd tot één enige kudde. |
Denk toch, Heer, aan uw kerk, verspreid over de hele wereld, dat haar liefde volkomen wordt, één heilig volk met Leo, onze paus, en Johan, onze bisschop, en allen die uw heilig dienstwerk verrichten. |
Gedenk ook onze broeders en zusters die reeds ontslapen zijn in de hoop der verrijzenis, ja, alle gestorvenen dragen wij op aan uw zorg. Neem hen aan en laat hen verschijnen in het licht van uw gelaat. Wij vragen U, ontferm U over ons allen, opdat wij te zamen met de Maagd Maria, de Moeder van Christus, met de heilige Jozef, haar bruidegom, met de apostelen en met alle heiligen die hier eens leefden in uw welbehagen, waardig bevonden worden het eeuwige leven deelachtig te zijn en U loven en eren |
Hij vouwt de handen. |
door Jezus Christus, uw Zoon. |
De priester houdt de schaal met de hosties en de beker omhoog geheven: |
Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer, onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid. |
Het volk antwoordt met de acclamatie: |
Amen. |
Communieritus |
Wanneer de priester de beker en de schaal op het altaar heeft geplaatst, zegt hij met gevouwen handen: |
Aangespoord door een gebod van de Heer, en door zijn goddelijk woord onderricht, durven wij zeggen: |
In orante-houding bidt hij samen met het volk: |
Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd. Uw Rijk kome. Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade. |
In orante-houding vervolgt de priester alleen. |
Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen, dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust: hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon. |
De priester vouwt zijn handen |
en het volk besluit dit gebed met de acclamatie: |
Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen. |
In orante-houding vervolgt de priester met luide stem: |
Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw Apostelen gezegd: Vrede laat Ik u; mijn vrede geef Ik u. Let niet op onze zonden, maar op het geloof van uw Kerk; vervul uw belofte: geef vrede in uw Naam en maak ons één. |
Hij vouwt de handen. |
Gij, die leeft in eeuwigheid. |
Het volk antwoordt: |
Amen. |
Gekeerd naar het volk spreidt de priester zijn handen uit en vouwt ze weer samen terwijl hij zegt: |
De vrede des Heren zij altijd met U. |
Het volk antwoordt: |
En met uw geest. |
De diaken of de priester kan hieraan toevoegen: |
Wenst elkaar de vrede. |
En allen wensen elkaar de vrede zoals het ter plaatse gebruikelijk is. De priester geeft de vredeskus aan de diaken of acoliet. |
Daarna breekt hij het hostiebrood boven de schaal, en laat een stukje in de beker vallen, terwijl hij in stilte zegt: |
Lichaam en Bloed van onze verrezen Heer Jezus Christus die wij ontvangen tot eeuwig leven. |
Intussen zingt of zegt het volk: |
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm U over ons. |
Het Lam Gods kan zo lang herhaald worden als de broodbreking duurt. Na de laatste aanroeping wordt altijd gezegd: Geef ons de vrede. |
In stilte en met gevouwen handen bidt de priester: |
Heer Jezus Christus, Zoon van de levende God, Gij hebt in de Heilige Geest de wil van de Vader volbracht en door uw sterven de wereld tot nieuw leven gewekt. Verlos mij door uw heilig Lichaam en Bloed van elk kwaad, van alle ongerechtigheid. Geef dat ik nooit de weg van uw geboden verlaat, nooit word gescheiden van uw liefde. |
Ofwel: |
Heer Jezus Christus, laat het delen in uw Lichaam en Bloed voor mij geen vonnis zijn en geen gericht, maar een kracht die mij sterkt naar lichaam en ziel en mij geneest van alle zwakheid. |
De priester knielt, houdt een hostie boven de schaal en, gekeerd naar het volk, zegt hij luidop: |
Zalig zij die genodigd zijn aan de maaltijd des Heren. Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld. |
Samen met de gelovigen voegt hij er eenmaal aan toe: |
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij tot mij komt, maar spréék en ik zal gezond worden. |
Naar het altaar gekeerd zegt de priester in stilte: |
Het Lichaam van Christus beware mij tot eeuwig leven. |
Hij communiceert. |
Daarna neemt hij de beker en zegt in stilte: |
Het Bloed van Christus beware mij tot eeuwig leven. |
Hij drinkt uit de beker. |
Nu neemt hij de schaal, gaat naar de communicanten, toont aan ieder van hen de hostie, en zegt: |
Lichaam van Christus. |
De communicant antwoordt: |
Amen. |
en communiceert. |
De diaken die de communie uitreikt, doet het op dezelfde manier. |
Wanneer men onder twee gedaanten communiceert, wordt het ritueel gevolgd dat in de Algemene Inleiding is beschreven, nrs. 240–252. |
Terwijl de priester communiceert, begint de communiezang. |
Wanneer het uitreiken van de communie beëindigd is, reinigt de priester of de diaken de schaal boven de beker, daarna de beker zelf. |
Tijdens de reiniging bidt de priester in stilte: |
Heer, laat ons in een zuiver hart opnemen wat wij met de mond hebben genuttigd. Laat de gave die wij hier ontvangen hebben, een geneesmiddel zijn voor de eeuwigheid. |
Staande bij de zetel of het altaar zegt de priester: |
Laat ons bidden. |
Allen bidden met de priester enige tijd in stilte. Tenslotte spreekt de priester in orante-houding het slotgebed. |
Heer, wij vragen: vervul ons met blijvende vreugde die Gij alleen kunt geven, goddelijke gave die wij nu reeds mogen smaken wanneer wij het heilig lichaam en bloed ontvangen van Jezus Christus onze Heer. R. Amen. |
Wanneer een andere liturgische dienst onmiddelijk volgt, wordt wordt de ritus van de wegzending weggelaten. |
|
Verantwoordelijke uitgever: P. François, pr. |
© www.romanliturgy.org, 2025: for the concept of booklets
© Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg, Guimardstraat 1, B-1040 Brussel, 1981: voor de Nederlandse teksten in gebruik in België
© Selina De Maeyer, 2015: Cover photo available under Common Creative License 3.0 BY-NC-SA, Source: <pf@romanliturgy.org>
|
Met dank aan de clerus en de gelovigen van de parochie Sint-Jacob en van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, in het bijzonder hun kosters, ere-koster, kapelmeesters, bestuurders en misdienaars, de organisten, het koor Voces Capituli, de Poolse en Spaanstalige Gemeenschappen van Antwerpen, de Antwerpse afdeling van het verbond Pro Petri Sede, de Europascouts, de Koninklijke Katholieke Muziekvereniging de Xaverianen Aartselaar, de Politiediensten van de stad Antwerpen, en de talrijke vrijwilligers die zich belangeloos hebben ingezet. |